Zonsverduistering zaterdag 31 mei, bij zonsopkomst.
GrootWater1.jpg (88727 bytes)                           meer_plant1.jpg (90596 bytes)
Als het weer een beetje meewerkt,  kunnen we op zaterdagochtend 31 mei 2003 een grotendeels verduisterde zon op zien komen. Deze zon-eclips is een bijzondere. De maan staat namelijk zó ver van de aarde dat hij de zonneschijf niet helemaal bedekt, een zogenaamde ringvormige verduistering. Voor waarnemers in Noord-Schotland en in IJsland blijft er tijdens het maximum nog een ring van zonlicht zichtbaar. Bij zo’n eclips wordt het overdag dus nergens geheel donker in de maximumzone. Toch is het mogelijk dat zich bij deze eclips een paar bijzondere zaken kunnen voordoen, waarschijnlijk al vóór of juist rond zonsopkomst.

De nu volgende eclipsinformatie voor
Nederland is opgesplitst in 5 verschillende delen:

A:  Wat gebeurt er tot het moment van zonsopkomst?
B:  Wat is het vervolg als de zon eenmaal boven de horizon is?
C:  Zal de natuur (b.v. ochtendgezang vogels) nog bijzondere reacties opleveren?
D:  Welke waarnemingen kunnen we doen en hoe leggen we die zo goed mogelijk vast?
E:   Wat kunt u doen met uw waarnemingen?


Wilt u de eclips live volgen? Kijk op de site van Carl Koppeschaar: www.kennislink.nl
eclipstek2003nr2adjcom15.jpg (48915 bytes)
In de schematische voorstelling ziet u wat zich op 31 mei ’s ochtends vroeg afspeelt.

A

Wat gebeurt er tot het moment van zonsopkomst?
De zonsverduistering zelf begint in onze omgeving al ruim voor zonsopkomst. Daar zien we dus nog niets van maar het licht van de zonneschijf wordt, naarmate de zon steeds dichter bij het moment van zonsopkomst komt, steeds meer door de maan afgeschermd. De eclips zelf zien we dus nog niet maar de verminderde hoeveelheid zonlicht die de aarde treft heeft mogelijk wel degelijk invloed hebben op de mate waarin de schemering zich ontwikkelt.
Zonsopkomst31mei2003MONTAGEvoormedia.jpg (61277 bytes)
In een normale situatie begint de ochtendschemering eind mei al iets voor 04.30 uur.
Het licht van de schemering is indirect zonlicht. Naarmate de zon steeds dichter onder de horizon komt te staan wordt er in de dampkring meer licht verstrooid waardoor de schemering steeds meer overgaat naar daglicht. In een uur tijd raakt de hemel steeds meer verlicht totdat de zonsopkomst de dag laat beginnen.
Op 31 mei neemt de hoeveelheid verstrooid zonlicht vanaf ongeveer 04.30 uur door het beginnen van de eclips juist af, terwijl de zon dichter onder de horizon komt. Die afnemende hoeveelheid verstrooid licht geeft de schemerperiode op 31 mei wellicht een veel minder heldere tint, juist op het moment dat de eclips al een flink eind gevorderd is, zo tussen 05.00 en 05.20 uur. Het is de moeite waard om te kijken of dit met het oog is waar te nemen en hoe sterk dit effect in werkelijkheid is.
Mocht het onverhoopt bewolkt zijn dan wordt er nog extra schemerlicht door het wolkendek weggenomen. Bij een zwaarbewolkte hemel zou het dan tegen zonsopkomst wel eens behoorlijk donker kunnen worden, een situatie zoals die zich bijvoorbeeld om 04.00 uur voordoet. Vergelijkingsmateriaal van vroegere eclipsen met zo’n toevallige samenloop van omstandigheden (grote gedeeltelijke eclips juist rond zonsopkomst) is niet voorhanden, dus het is afwachten hoe een en ander zich voordoet.


B
Wat is het vervolg als de zon eenmaal boven de horizon is?
In
midden Nederland komt de zon iets voor half zes ’s ochtends boven de horizon (Utrecht, 05.26 uur).
Het
maximum van de eclips is:
In
Noord-Nederland al enkele minuten na zonsopkomst, om 05.33 uur in Groningen,
Aan de Gronings-Friese Waddenkust is dan zo’n 90% van de zonnediameter bedekt door de maan en dat is daar praktisch evenveel als bij de eclips van 11 augustus 1999.
In Midden-Nederland is het maximum ook rond 05.33 uur (Utrecht).
In Zuid-Nederland is het maximum rond 05.30 uur (Maastricht). De zon komt daar iets later op waardoor het maximum er net vóór zonopkomst valt. De grootte van de eclips is daar nog 89 %.
Voor België gelden ongeveer dezelfde tijden (maximum in Antwerpen 05.34 uur, Ukkel 05.36 uur, Luxemburg 05.34 uur)

moment zonsopkomstcom20.jpg (13717 bytes)Het moment van zonsopkomst is heel bijzonder. De zon komt op in de vorm van twee losse, naar elkaar gerichte, ’sikkels’ (zoals op de bijgaande fotosimulatie is afgebeeld). Iets later is ook het onderste stukje zon boven de horizon en wordt de 3/4-zonnesikkel steeds groter.
In Zuid-Nederland en België is het maximum van de eclips dus net voorbij als de zon boven de horizon verschijnt maar ook daar is nog een zeer fors deel van de zonneschijf bedekt en zijn de opkomende “sikkels” nog steeds heel indrukwekkend.


Op het moment van verschijnen van de zonnesikkels zal het idee van zware schemer vermoedelijk abrupt afgelopen zijn. Het weinige zonlicht dat ons bereikt, is toch zo sterk dat het met gemak het gevoel van daglicht terug kan brengen, zelfs bij een tamelijk bewolkte lucht (is de lucht echter volledig bedekt met een zwaar wolkendek dan is het misschien toch behoorlijk donker in een korte periode ná zonsopkomst).
Na een half uur is de eclips al sterk aan het afnemen (vergelijkbaar met de foto die ik nam in 1994 vanaf Tenerife) en is de helft van de zon weer zichtbaar.eclipsImage1994copy2.jpg (16839 bytes)

Om ongeveer half zeven ‘s ochtends (tijden steeds in Nederlandse zomertijd) is de eclips weer voorbij. We zullen in ons land daarna tot 2081 moeten wachten voor er opnieuw zo’n groot stuk van de zon achter de maan verdwijnt! In Noord-Schotland is de eclips ‘ringvormig-totaal’ en daar zou bij zonsopkomst op 31 mei 2003 dus een complete lichtende ring op de horizon zichtbaar kunnen zijn, zoals op de foto die Felix Bettonvil van zo’n type zonsverduistering maakte in 1994 in de VS.usa94copy.jpg (21013 bytes)

 

 

 

 

 

C
Zal de natuur reageren op het effect van de eclips op 31 mei?
Een hard antwoord is daarop niet te geven omdat een vergelijkbare eclips van deze grootte in de afgelopen decennia niet heeft plaatsgevonden in onze streken, tenminste niet in het voorjaar en rond zonsopkomst.

De vogels en hun gezang

Juist in mei is er een grote populatie vogels die in het broedseizoen ’s ochtends hun gezang laten horen. Wie vaker vroeg uit de veren is, heeft gemerkt dat het gezang van de vogels al ruim voor zonsopkomst op z’n hoogtepunt is. Proefondervinderlijk heb ik op 31 mei 2001 met hulp van een videocamera de schemersituatie tussen 04.00 en 05.30 uur vastgelegd. De microfoon van de videocamera registreerde meteen het gezang van de vogels. Ieder kwartier werd, gedurende één á twee minuten, met de camera een opname gemaakt. De situatie was destijds opgenomen onder fraai voorjaarsweer met weinig bewolking. Toch blijkt dat bewolking niet heel veel wijziging brengt in het ochtendgezang van de vogels. Uit de registratie kwam het volgende naar voren:
=04.00 uur, vrijwel geen enkele vogel hoorbaar. Kikkers kwaken soms wel.
=04.15 uur, een enkele zanglijster begint heel af en toe een riedel te fluiten. Hanen beginnen te kraaien.
=04.30 uur, een overstelpend gezang van vele vogelsoorten.
=04.45 uur, een nog steeds voortdurend overstelpend gezang van vele vogels.
=05.00 uur, een iets afnemend maar nog steeds sterk vogelgezang.
=05.15 uur, een weer verder afnemen van het gezang.(Roeken en kraaien beginnen nu pas echt mee te doen met hun gekras).
=05.30 uur, een behoorlijke afname van het totale vogelgezang, vergeleken met een half uur hiervoor is het zeer sterk teruggevallen.
=05.45 uur, de omgeving is rustig en nog een enkele vogel is hoorbaar.

Hieruit blijkt dus dat het maximum van het vogelgezang op een normale ochtend eind mei ergens tussen 04.25 en 05.00 uur ligt, dus ruim vóór zonsopkomst.
Het is nu dus de vraag of de vogels zullen reageren op de afnemende hoeveelheid schemeringslicht (misschien zijn hun ogen daarvoor gevoeliger dan die van de mens, misschien ook niet). Beginnen ze tegen half zes bijvoorbeeld opnieuw weer meer te zingen als het echt merkbaar donkerder zou worden? Stoppen ze daarmee abrupt als de zon ineens boven de horizon verschijnt? Het zijn vragen waar nu nog geen duidelijk antwoord op is te geven.

Op 31 mei krijgen we een eenmalige kans om dat te controleren want in de komende 78 jaar doet zich vrijwel niet weer zo’n bijzondere omstandigheid voor. Ook als het bewolkt is, is een waarneming van het vogelgezang de moeite waard, wellicht is ook dat dan anders dan op een ‘normale’ bewolkte meiochtendschemering.

D
Welke waarnemingen kunnen we zelf verrichten.

Fotograferen van de eclips.
Als u de eclips wilt vastleggen zijn fotocamera of videocamera natuurlijk de meest geschikte middelen. Juist het markante moment van de opkomende zonnesikkels is iets heel bijzonders. Heel belangrijk voor een goede waarneming van dat moment van de eclips is het weer. Tot op de horizon zal er nauwelijks bewolking mogen zijn. Zoek enkele dagen van tevoren reeds uit waar u een onbelemmerde zonsopkomst kunt waarnemen en obstakels aan de noordoostelijke horizon u niet kunnen hinderen.

Zorg bij deze eclips ALTIJD dat u de deels verduisterde zon bekijkt door een goedgekeurd eclipsbrilletje (geen CD’s gebruiken). Nooit met een verrekijker rechtstreeks naar de eclips kijken, ook niet als de zonneschijfsikkels nog niet zo fel lijken als de zon net is opgekomen. Het zonlicht kan verrassend snel sterker worden als de zonneschijf de onderste, vaak wat nevelige of heiige luchtlaag is gepasseerd. U beseft dan misschien te laat dat een verrekijker of telelens een sterk inbrandend effect heeft op het oog. Voorzichtigheid blijft dus geboden, al direct vanaf het moment dat de zon zichtbaar is. Lees ook de veiligheidstip voor het
VEILIG KIJKEN NAAR DE deels verduisterde ZON elders op de website!

Probeer bij het fotograferen van de zonnesikkels ook eens een markant object ergens ver aan de horizon, zoals een kerktoren of een boompartij, in beeld te brengen. Uw foto kan daardoor sterk aan waarde winnen door de mooie
fotocompositie van dat object en de zonnesikkels.
Maak steeds een serie opnamen met verschillende belichtingstijden (bij vast diafragma) zodat later de beste opname kan worden uitgekozen. Let op dat de lichtmeter van uw camera bij opnamen waar de zon regelrecht in het beeldveld staat, sterk wordt beïnvloed door de felle straling van de zon. Een automatische camera-instelling zal de belichtingsmeter  dan een heel lage waarde voor sluitertijden aanbevelen die misschien in werkelijkheid toch verkeerd uitpakt. Experimenteren met meerdere belichtingstijden is dus de oplossing. Wilt u echt de sikkels goed in beeld gebruik dan beslist een tele-objectief om op uw negatief of digitaal beeld een voldoende grote zon te krijgen. Een telelens van 200 mm geeft al redelijke resultaten, 300 of 400 mm is nog mooier maar een statief is dan steeds een noodzaak om trillingen te beperken.
Tip bij iets minder doorzichtige lucht: Staat de zon nog maar net op of iets boven de horizon bij een enigszins heiige of nevelige luchtlaag (waardoor het zonlicht gefilterd wordt), gebruik dan GEEN filter voor uw lenzensysteem omdat dan te weinig licht de camera binnenkomt. De natuurlijke vermindering van zonlicht zorgt ervoor dat dan waarschijnlijk een goede foto gemaakt kan worden als u de camera gewoon op ‘automatisch’ laat fotograferen.

Het fotograferen van een eventueel ‘donkerder’ schemering.
Ook de terugval van schemeringslicht is wellicht fotografisch vast te leggen (zowel bij bewolkt als bij onbewolkt weer!). Een camera registreert waarschijnlijk veel beter het verschil tussen de schemering op 31 mei 2003 en een ‘normale’ schemering, enkele dagen ervoor of erna, in vergelijking met uw eigen ogen. Om een goede reeks opnamen te maken zijn enkele voorwaarden van belang:

Stel uw camera af op een vast diafragma en een vaste belichtingstijd. (bijvoorbeeld diafragma 4.0 en belichtingstijd 1/30 sec). Begin een aantal opnamen vanaf bijvoorbeeld 04.30 uur en fotografeer iedere 10 of 15 minuten hetzelfde gebied (stukje horizon en de daarboven liggende hemel, bij voorkeur naar het noordoosten).
Noteer uw camera-instellingen, gebruikte objectieven en tijdstippen waarop uw foto’s werden gemaakt meteen! Op een andere ochtend, niet te ver verwijderd van de 31e mei zullen de opnamen nog een keer op een nieuwe film moeten worden gemaakt, opnieuw met dezelfde camera-instellingen in dezelfde richting en van dezelfde hemelstreek.
Is het op 31 mei helder, maak dan een referentiesessie op een heldere ochtend, is het op eclipsday bewolkt, kies dan een soortgelijke ochtend met hetzelfde type bewolking voor uw referentiesessie. Gebruik voor dit soort vergelijkingsseries bij voorkeur diafilm. De dia’s zijn meteen op het oog te vergelijken, terwijl dat met een kleurennegatief niet gaat vanwege het roodmasker dat daar overheen zit. Een film met een gevoeligheid van 100 ASA of 21 DIN is goed bruikbaar voor dit type foto’s.

Kies een 50 mm, 35 of 28 mm (groothoek) objectief om een groot deel van de hemel in beeld te brengen, zodat het licht van een zo groot mogelijk deel van de hemelkoepel als referentie kan worden bekeken.
Ook met een videocamera zijn dit soort waarnemingen goed te verrichten.

Zorg wel dat de iris- en gaincontrol-instellingen en ook het focus op MANUAL worden ingesteld.
In donkere situaties is de focus-instelling vaak moeilijk via de automaat op oneindig vast te houden. De Iris- of gaincontrol moet ervoor zorgen dat de videocamera niet continue het veranderende licht zelf bijregelt naar een niveau waarop het apparaat dat normaal gesproken het best vindt. Juist nu wilt u de wijzigende lichtsituatie vastleggen dus moet die automaat zijn werk niet meer kunnen doen. Weet u niet precies hoe een en ander bij uw camera werkt, vraag het dan tijdig bij uw fotograaf of cameraleverancier.

Het vastleggen van de reacties in de natuur.
Om de reacties in de natuur op een later  moment nog weer goed terug te kunnen halen is registratie een must. U kunt dat op verschillende manieren doen maar één van de eenvoudigste is het gebruik van een videocamera, als bandopnameapparaat. De microfoon van de camera is vaak goed gevoelig en legt vogelgezang goed vast.
Zorg wel dat u geen storende andere geluidsbronnen, zoals bijvoorbeeld een autoweg met toenemend autoverkeer, in uw directe omgeving heeft en uw plan bederft. Neem regelmatig een minuut de geluiden in uw omgeving op, het kan zelfs vanuit uw eigen woonhuis als dat bijvoorbeeld in een goede omgeving ligt. Vanuit een open raam is de videocamera dan uitstekend als registratieapparaat te gebruiken.
Registreer het vogelgezang over een langere periode, bijvoorbeeld vanaf 04.00 uur tot 06.00 uur en maak intervallen van 10 of 15 minuten. Heeft u een ruime hoeveelheid videoband om op te nemen dan kunt u natuurlijk ook de videocamera continue laten registreren (let wel op dat u dan voldoende volle accu’s ter beschikking heeft om die 2 uur opnamen te kunnen draaien).
Om een vergelijking te kunnen maken met een ‘normale’ ochtend zal ook nu weer een tweede registratie plaats moeten vinden vanuit dezelfde omgeving maar dan op een ochtend dicht in de buurt van de 31e mei (dat kan dus ook al een ochtend vóór de 31e zijn).
Laat wel steeds de tijdregistratie in het videobeeld opnemen (minuut en uuraanwijzing) en controleer of die cameratijdsaanduiding correct is met de actuele tijd! Achteraf kunt u uw video-opname dan weer afluisteren en de gegevens noteren.

E
Wat kunt u doen met uw waarnemingen.

Afhankelijk van uw interesse is er veel met uw eigen waarnemingen te doen. U kunt ze met uw collega-amateur-fotografen bijvoorbeeld bekijken en tijdens bijeenkomsten later tonen. Vogelliefhebbers verzamelen hun gegevens en delen ze bijvoorbeeld op de vereniging met de andere leden.
In samenwerking met het radioprogramma VARA-Vroege Vogels wordt ook aan de eclips van 31 mei 2003 aandacht besteed. Met name het aspect van het vogelgedrag heeft de aandacht.
Heeft u een bijzondere registratie gemaakt dan is het wellicht aardig om dat te melden aan de medewerkers van het programma. Op dit moment is nog niet duidelijk of de natuur echt zal reageren op de eclips en onder welke weersomstandigheden alles plaats vindt.

Heeft u toch een mooi resultaat geboekt met uw waarnemingen, meldt dit dan per e-mail aan het radioprogramma (zend uw mail naar: vroegevogels@vara.nl ).
Het is niet de bedoeling dat u uw registraties en foto’s opstuurt naar de redactie omdat verwerking daarvan op dit moment niet mogelijk is. Wellicht is er in de toekomst wel een mogelijkheid en daarom is een korte melding dat u een bijzondere registratie heeft gemaakt voldoende.
Vermeldt in de subjectline van uw e-mail alléén de tekst “ZONSVERDUISTERING 31 mei 2003”.

In het bericht zelf kunt u kort weergegeven wat u heeft waargenomen en waar dat is gebeurd. Ook al is het op dit moment niet mogelijk om alle waarnemingen te verzamelen voor verdere uitwerking, het is wel degelijk van belang om waarnemingen te doen en in ieder geval te bewaren! Het blijft namelijk een eenmalige mogelijkheid om te zien hoe de natuur eventueel op 31 mei zal reageren. Een waarneming die is vastgelegd is misschien zelfs jaren later, ook voor andere onderzoekers nog erg nuttig. Veel succes toegewenst en een hopelijk mooie onbewolkte zaterdagochtend op de 31e mei 2003.

Jacob Kuiper
De Bilt, 24 mei 2003